De jeugdwerkloosheid in Amsterdam is enorm hoog. Al jaren is de jeugdwerkloosheid rond de 20%. Onder jongeren van niet-westerse afkomst is dat zelfs bijna 40%. Alle partijen maken zich hier zorgen over. Er worden veel plannen gelanceerd, projecten gestart en trajecten aangeboden om jongeren aan het werk te helpen. 

Omdat de aanpak van jeugdwerkloosheid een stedelijke verantwoordelijkheid is, moeten we vooral rekenen op het Aanvalsplan Jeugdwerkloosheid van wethouder Vliegenthart. Daarvoor is € 28 miljoen uitgetrokken voor de komende vier jaar. Ook de stadsdelen krijgen een beetje budget om in te zetten op wat zij nog missen. In West hebben we als algemeen bestuur besloten dit onder andere in te zetten voor de zwakste groep jongeren, stagestraten en het ontwikkelen van Social Impact Bonds. Verder leek het aanvalsplan heel compleet.

Maar deze week lanceerde ook minister Asscher zijn banenplan voor de regio Amsterdam. Samen met werkgevers, vakbonden en onderwijsinstellingen investeert hij € 14 miljoen om de werkgelegenheid te verbeteren.

Veel maatregelen daarvan lijken op die we in het Aanvalsplan Jeugdwerkloosheid lazen: de Startersbeurs, plekken bij technische bedrijven om beroepsvaardigheden te verbeteren, een entree opleiding en inzet op een mbo Excellentie programma.

Mij bekroop wel een ongerust gevoel. We doen zo ontzettend veel op verschillende niveaus. Hoe wordt dit allemaal op elkaar afgestemd? Wordt dit überhaupt afgestemd? Veel plannen lijken op elkaar. Hoe zorgen we dat ondernemers niet drie keer per maand worden gevraagd om een stageplek, dat scholen vijf gelijksoortige projecten gaan uitvoeren en dat we telkens dezelfde jongeren benaderen met leerwerkplekken, stages en trainingen? En nog belangrijker: gaan we nu echt die jongeren bereiken die onze steun het hardste nodig hebben?!

Afgelopen vrijdag was ik bij de vrijdagmiddagcouscous in Midwest, een netwerkbijeenkomst voor jongeren en lokale ondernemers. Een initiatief dat overgewaaid is uit Rotterdam. Jongeren en ondernemers gaan tijdens een couscousmaaltijd in gesprek. Helemaal los van de grote miljoenenplannen is dit een klein initiatief dat inzet op het belangrijkste: verbinding tussen jongeren en ondernemers, tussen bewoners van dezelfde buurt, tussen verschillende belevingswerelden. Juist dit soort kleine initiatieven, lokaal, laagdrempelig en verankerd in de wijk, helpen jongeren om hun netwerk te verbreden, met nieuwe beroepen in aanraking te komen. En nog belangrijker, om in informele setting een gesprek te voeren dat - wie weet - tot een stage of baan leidt. Naast verbindingen en inspiratie, worden er ook nieuwe ideeën voor de vrijdagcouscous geopperd. Een van de jongeren zei: “Ik eet al couscous sinds ik klein ben. Misschien kunnen we volgende keer wat anders eten, stamppot of zo.”

Hoewel het natuurlijk gaat om de jongeren en ondernemers, viel mij een derde cruciale groep op: de jongerenwerkers. Veel van de jongens die er waren, kwamen mee met begeleiders van The Mall of StreetCornerWork. Zonder zetje waren ze niet gekomen. De jonge vrouwen die studeren aan de VU en op zoek zijn naar een stage of bijbaan, die komen wel. Maar juist de jongeren die nog niet een duidelijk doel voor ogen hebben, maar voor wie dit soort bijeenkomsten een verbreding van hun wereld kan zijn, die hebben iemand nodig die tegen ze zegt ‘ga eens naar die bijeenkomst’ of ‘probeer dat eens’. Of zelfs: ‘Vrijdag gaan we naar de vrijdagmiddagcouscous, en iedereen gaat mee.’

Dus alle aanvalsplannen en banenplannen zijn mooi, maar een onmisbaar ingrediënt zijn de jongerenwerkers die de jongeren kennen, hun vertrouwen hebben en het zetje kunnen geven om mee te doen. Zodat we niet alleen de jeugdwerkloosheid ‘aanvallen’. Maar ook  juist voorkómen, doordat jongeren al tijdens school of studie hun wereld verbreden en in aanraking komen met lokale ondernemers, andere bewoners en wellicht ook stamppot.