Regelmatig bloggen fractieleden van GroenLinks Amsterdam West over hun persoonlijke en politieke ervaringen in Amsterdam West. Deze keer blogt raadslid Sven Meeder over de openbare ruimte als domein van kinderen.

Eén ding valt altijd meteen op als je oude foto's ziet van straten en pleinen in Amsterdam West: de ruimte. Wat tegenwoordig een drukke doorgaande weg is, zoals bijvoorbeeld de Hoofdweg, was door Berlage en Van Eesteren bedoeld als een brede laan met klinkers. Af en toe vind je een auto aan de rand van de stoep (parkeervakken waren nog niet nodig), en op gezette tijden zal er een pruttelend exemplaar langsgereden zijn. Maar voor het grootste deel van de dag was de straat het domein van de kinderen. Je hoeft geen kind meer te zijn om in te zien wat voor fantastische mogelijkheden zo'n brede lege straat biedt om te voetballen met de hele buurt.

  Die tijd is voorbij. De straten in Amsterdam zijn nu gevuld met lange rijen auto's in parkeervakken aan weerszijden, een dunne strook in het midden overlatend waarover het drukke auto-, bus- en tramverkeer zich een weg moet banen. Levensgevaarlijk voor kinderen. Het zorgt ervoor dat Amsterdamse kinderen een stuk later alleen buiten mogen spelen dan hun leeftijdsgenootjes in de rest van Nederland: ze blijven binnen, tweehoog achter, totdat er op vertrouwd kan worden dat de kinderen niet onder de tram of auto (of in de gracht) terechtkomen.     Jonge gezinnen blijven in Amsterdam In het Parool van zaterdag 2 februari werd bericht dat jonge gezinnen steeds meer in Amsterdam blijven wonen. Waar ouders met jonge kinderen in het verleden snel uitkeken naar een grotere woning (met tuin en aan een brede, lege straat) buiten Amsterdam, daar blijven steeds meer jonge gezinnen in de stad wonen. Dat is deels het gevolg van de situatie op de woningmarkt: Het is gewoon lastiger om een huis te (ver)kopen. Maar voor een deel wíllen steeds meer mensen met (jonge) kinderen gewoon in de stad blijven wonen. En dat is begrijpelijk: geen plek in Nederland biedt kinderen zoveel cultuur, kunst, en sociale diversiteit.     De krant citeert stadsgeograaf Lia Karsken: 'In buurten met veel kinderen is veel voor hen te doen. Hoewel er ook nog veel valt te winnen.' Dat laatste geldt zeker voor de openbare ruimte. In een stad waar 'buiten spelen' vaak een georganiseerde activiteit is voor jonge kinderen, is het heel belangrijk dat er voldoende pleintjes en straten ingericht zijn voor kinderen. Er moet gezorgd worden voor een goeie mix van grote speelpleinen en kleine speeltuintjes.     Speelstraatjes In Amsterdam West wordt hier al lang aan gewerkt: op initiatief van GroenLinks worden steeds meer speelstraatjes ingericht: kleine straten worden autovrij gemaakt en teruggegeven aan de kinderen. Maar ook een aantal grote pleinen worden ingericht voor kinderen. Dat betekent soms dat andere gebruikers van de openbare ruimte een stapje terug moeten doen, vooral de rijdende en stilstaande auto's die in de loop van de tijd zo'n groot deel van de ruimte hebben opgeslokt. Juist in een tijd waarin steeds meer kinderen opgroeien in onze mooie stad is het belangrijk dat we de openbare ruimte weer een klein beetje meer teruggeven aan hen voor wie deze ook bedoeld is: de kinderen.